Minder praten, meer oplossen: jonge ex-gedetineerden over wat zij nodig hebben

Inzichten uit het Gedaankrijgers jongerenpanel over de aanpak van Bart Reedijk.

Hoe kunnen professionals jongeren met een detentie- of jeugdzorgverleden helpen om hun leven weer op de rit te krijgen? Welke benadering hebben deze jongeren nodig, en wat werkt wel en niet? Deze vragen stelden we aan het Gedaankrijgers jongerenpanel tijdens de Kennis- & Inspiratiedag in mei 2026. Drie jongeren vertellen eerlijk en openhartig over hun ervaring.

“Heel vaak als ik met een professional praat, gaat het over wat mijn probleem is, niet over hoe we dat kunnen oplossen”, begint Mitchell*. “Je ziet heel veel verschillende mensen en moet telkens opnieuw je verhaal doen, maar daar komt dan weinig uit.” Danny herkent dit. “Er worden heel veel dingen beloofd die vaak niet in korte tijd haalbaar zijn. Ik heb bij wel tien instanties gelopen, maar overal zijn er wachttijden en achterstanden, en dus gebeurt er weinig.”

Bart Reedijk, mede-oprichter van Gedaankrijgers, was de eerste re-integratieofficier van Nederland, en behaalt veel succes met zijn aanpak. Wat maakt die anders? “Bart is uniek”, zegt Mitchell. “Hij is niet zo van het praten, maar vooral van het aanpakken en oplossen. Hij heeft me geholpen met de toelating voor een school, met een postadres en het regelen van een ID. Hij gaf me weer toekomstperspectief. Daardoor ben nu bezig met een maatschappelijke zorgopleiding.”

Resultaten boeken

De traagheid van het systeem is een bekend knelpunt bij veel professionals, maar Bart neemt er simpelweg geen genoegen mee. “Een wachtlijst is er ook om uitzonderingen op te maken. Als iemand acht maanden niet de uitkering krijgt waar hij recht op heeft, dan gaat hij recidiveren, want je hebt geld nodig. De mentaliteit bij organisaties is vaak: ‘het is nou eenmaal zoals het is’. We moeten als professionals focussen op hoe we het tóch voor elkaar krijgen.”

“Een wachtlijst is er ook om uitzonderingen op te maken.”

Want door concrete dingen te regelen voor een kandidaat – zoals Bart de ex-gedetineerden noemt – bewijs je jezelf als hulpverlener. “Kijk naar wat er geregeld moet worden, en bedenk: wat kan jouw rol daarin zijn, waar kun je het verschil maken?” Mitchell heeft zelf ervaren hoeveel dat doet voor de onderlinge relatie. “Als je resultaten boekt, ontstaat er vertrouwen. Ik kan wel zes maanden met je praten en jou heel erg mogen, maar als je niks voor me hebt geregeld of betekend, kan ik ook niet op je vertrouwen.”

Directheid en humor

Naast het denken in oplossingen, is Bart doodeerlijk naar zijn kandidaten. Ze mogen hem elke dag bellen – ook ‘s avonds en in het weekend – maar daar staat wel wat tegenover: hun medewerking. Omar vertelt over de eerste keer dat hij Bart ontmoette:

“Op mijn 19e kwam ik voor het eerst vast te zitten. Toen kwam ik Bart tegen. Hij was meteen heel direct, en zei: ‘Als je het niet wil, dan niet. Dan kun je ook terug naar je cel. Maar als je wat van je leven wil maken, dan wil ik je daarbij helpen.’ Hij maakte er zelfs een grapje van: ‘Zie je die mensen van zestig in een trainingspak en badslippers op je afdeling? Zo wil je niet eindigen…’”

“Zie je die mensen van zestig in badslippers op je afdeling? Zo wil je niet eindigen.”

Ook Danny leerde Bart al op jonge leeftijd kennen, toen hij op zijn 18e in de gevangenis belandde. “We gingen om tafel zitten en namen elke maand kleine stappen. Bart nam het soms voor me op bij instanties, en langzaam ging het steeds beter, maar ik heb ook een paar keer verkeerde keuzes gemaakt”, geeft hij toe.

Vallen en opstaan

Want zelfs met een gedegen aanpak blijft het vallen en opstaan. “Het is vijf stappen naar voren en drie terug”, zegt Bart. “Dat hoort nou eenmaal bij het proces, daar maak ik me niet zo druk om. Focus je op de twee stappen winst. Ja, soms gaat het fout, maar daar leren ze eigenlijk veel meer van.”

De jongens moeten een beetje grinniken. Er volgen anekdotes over fouten die ze (soms herhaaldelijk) gemaakt hebben – van zuur verdiende rijbewijzen die binnen drie maanden weer ingenomen werden, tot opnieuw de bak in moeten. Maar ook praten ze open over de omstandigheden waarin ze opgroeiden. Want alle drie kenden ze een jeugd vol onzekerheid, tegenslagen en trauma.

“Je beseft pas wat je had als het weg is. Als je het kwijtraakt, ga je reflecteren.”

“Vanaf mijn geboorte stond ik al 20 punten achter”, zegt Danny. “Maar dat betekent dat ik alleen maar vooruit kan gaan.” En daar hoort een stukje zelfreflectie bij, weet hij inmiddels. “Je moet eerst je eigen fouten inzien en aan jezelf werken. Vroeger deed ik dat niet, dan dacht ik: het ligt aan de reclassering, of aan de ander.” Omar knikt. “Je beseft pas wat je had als het weg is. Als je het kwijtraakt, ga je reflecteren.”

Laten zien dat het wél kan

Hoewel ze meermaals teleurgesteld zijn door instanties, geloven de jongeren nog steeds in de kracht van betrokken professionals. “Er zijn mensen in het vak waarvan ik al kan ruiken dat die het echt willen laten lukken met mij”, aldus Mitchell. “En als ik dat merk, krijg ik zelf ook een boost. Dan wil ik voor diegene nog tien keer erger laten zien dat ik het kan.”

Benieuwd naar meer inzichten van het jongerenpanel? Gedaankrijgers organiseert op aanvraag sessies met het panel om nieuwe ideeën voor te leggen of beleid te toetsen. Jongeren met een detentieverleden geven op basis van hun ervaring eerlijke feedback over slagingskansen, valkuilen en mogelijkheden. Neem contact met ons op om de mogelijkheden te bespreken.

*Om privacyredenen zijn de namen van de jongeren gefingeerd.

Kijken wat Gedaankrijgers
voor jou kan doen?